Bomen zijn een verrijking van de openbare ruimte

Door Nico Portegijs op 10 april 2021

Tijdens de raadsvergadering van 7 april werd er gesproken over het bomenbeleid in Diemen. Lees hier de bijdrage van Nico terug, of bekijk het op YouTube.

 

De Rekenkamer deed onderzoek naar het bomenbeleid van de gemeente Diemen. De conclusies waren positief. Bij monde van Nico Portegijs reageerde de fractie van de PvdA in de raadsvergadering van 7 april met de volgende tekst. Het is heel goed dat er aandacht is voor het behoud en de uitbreiding van het aantal bomen. De PvdA-fractie maakt zich daar al jaren sterk voor. Deze opvatting keert terug in het
bomenbeleid van de gemeente. En wij zijn dan ook nier verrast door de positieve toonzetting van het rekenkamerrapport. Het is veelzeggend dat de Rekenkamer niet met aanbevelingen komt voor verbetering van het beleid.

Over drie aspecten van het rapport wil ik een boompje opzetten.

Het eerste punt betreft de communicatie met en informatie aan. Soms staan bomen in de weg. Die kunnen dan verwijderd worden. Maar gelukkig kunnen bomen ook terug gepland en geplant worden. Maar kappen en planten gebeuren niet in dezelfde periode, waardoor
de koppeling tussen beiden soms uit het zicht verdwijnt. Terug planten zouden sommigen het liefst doen met bomen van vergelijkbare omvang, maar heel natuurlijk is dat natuurlijk niet. Er is niets mis met het plaatsen van kleine boompjes die de tijd krijgen om uit te
groeien tot reuzen.

Want hoe majestueus een boom ook is, haar leven is niet oneindig. En ook dan moeten we soms helpen. Met het kappen van de oude boom of bomen om ongelukken te voorkomen en het aanplanten van nieuwe. En dan valt het niet te ontkennen. Het verdwijnen van één karakteristieke boom valt meer op dat het zaaien van 100 zaadjes of het planten van 10 jonge bomen; zelfs al zou dat op dezelfde dag gebeuren. En met die werkelijkheid heeft het communicatiebeleid te maken. Het bestuur, degenen die verantwoordelijk is voor het kappen, begint dus met een natuurlijke achterstand. Hoe doeltreffend het beleid ook is, hoeveel nieuwe bomen er ook de grond uitschieten, de willekeurige passant zal zich altijd afvragen ”Waarom is die robuuste eik verdwenen, zij stond toch niemand in de weg”. En als zij al in de weg zou staan, dan had het fietspad er toch omheen gekund. Tijdige en duidelijke communicatie, vooral met direct omwonenden, kan bijdragen aan draagvlak, maar bovenstaande gevoelen bij passanten laten zich niet wegcommuniceren. En er zijn meer passanten dan direct omwonenden.

Overigens noemde ik net het woord fietspad. En dat brengt mij op het tweede punt waar ik aandacht voor wil vragen en dat betreft de veiligheid. Fietsers klagen nog wel eens over gevaarlijk schots en scheef liggen tegels (veroorzaakt door de opduwende wortels van de karakteristieke els); en wandelaars – met name in de herfst – over de gevallen bladeren en kastanjes die gladheid veroorzaken. Er is in het rapport van de Rekenkamer geen aandacht voor deze aspecten. Maar meer nog dan deze fysieke onveiligheid, ontbreekt er een
paragraaf over sociale onveiligheid. En ook daar moet aandacht voor zijn in het beleid. Ik weet niet precies waar de grens ligt tussen bomen en struikgewas. Maar ik weet wel dat mensen zich onveilig voelen als er onvoldoende zicht is vanwege een dichte begroeiing. Dus bomen met een onbegroeide stam hebben vanuit dat perspectief de voorkeur.

Tot slot wil ik nog een opmerking maken over het tellen en registreren van bomen. De Rekenkamer lijkt nogal gecharmeerd van deze mogelijkheid. Worden dan alle bomen bedoeld? Ook die in het Diemerbos en de particuliere tuinen? Nee, het gaat om de bomen
die in gemeentelijk beheer zijn. Wij hebben niet deze behoefte aan actuele en toegankelijke informatie per boom. Nog los van de vraag hoeveel ambtelijke capaciteit dit vergt, durf ik me af te vragen of dit zinnig is. Bewoners willen een groene gemeente met voldoende
voorzieningen waar het prettig wonen is. En of er voldoende groen is en bomen zijn, is een vraag die je op de eerste plaats beantwoord door te fietsen of te wandelen door het dorp en om je heen te kijken. En niet door cijfers op papier te tellen.

Gisteren maakte ik zo’n wandeling en keek ik met tevredenheid naar de bomen in mijn buurt. Sommige robuust en met aanzet tot bladvorming. Andere pril en vol bloesem. Ik kon de positieve beoordeling van het bomenbeleid in het Rekenkamerrapport begrijpen.

Nico Portegijs

Nico Portegijs

Ik ben Nico Portegijs, geboren in 1954. Ik woon sinds 1990 in Diemen Noord. Sinds 1992 ben ik actief betrokken bij de PvdA-fractie. En zo lang de kiezers dat mogelijk maken wil ik met de ervaring van jaren en het enthousiasme van de eerste dag een bijdrage blijven leveren aan een gezonde en vitale gemeente

Meer over Nico Portegijs